Lia de Vries bedacht ooit de 6 voorbereidende vragen die iedereen zich zou moeten stellen vóórdat men dat gesprek gaat voeren of die brief gaat schrijven. De titel ‘de 6 Gulden Punten van tante Li’ was een compliment van een groep deelnemers die het bijzonder goed werkende adviespunten vonden: “Een voorbereiding met de 6 Gulden Punten zorgt voor een veel beter gesprek en gespreksresultaat.”

Met de Punten stelt u uzelf de volgende vragen:

1. Wat wilt u bereiken met uw communicatie?

Bedenk van te voren wat uw doel is van dat gesprek, die vragen, de brief, de notitie e.d. Wees duidelijk en concreet. Als u helder hebt wat uw doel is, onderzoekt u op welke manier u dat kunt bereiken: zie vragen 2 t/m 5.

2.Wat weet u van de ander?

Als u met iemand over iets wilt communiceren, maakt het heel veel uit of u een beeld hebt van de persoon/-groep die u wilt bereiken: wat weten zij van het onderwerp waarover u het wilt hebben? Vinden zij het belangrijk? Zo ja, is hun belang hetzelfde als het uwe? Wat zijn de ‘kenmerken’ van hun cultuur- en communicatiestijl?

Als u duidelijk en respectvol wilt overkomen en uw doel bereiken, welke taal en houding zijn dan de beste?

3. Hoe zit u er zelf in?

Verdiep u er ook in hoe u zelf betrokken bent bij het onderwerp van communicatie. Hebt u bijv. voldoende kennis en know how? Kunt u goed intunen op iemand anders? Wat zijn uw sterke kanten hier en wat uw valkuilen.

4. Welke relatie hebt u met die ander?

Als u eenzelfde verhaal vertelt aan uw chef of aan uw beste vriend/vriendin, dan krijg je verschillende versies. Dat heeft vooral te maken met de verschillende relaties die u hebt met de een en met de ander: Verdiep u daarin, wees alert.

5. Wat vindt die ander van u? Wat vindt u van hem / haar?

Uw gevoelens voor de persoon/groep met wie u gaat communiceren, spelen ook een belangrijke rol, vooral wanneer ze (heel) sterk zijn. Als mensen elkaar bijvoorbeeld niet mogen, werkt dat door in hoe zij vertellen of luisteren. Het zelfde is het geval wanneer u stapeldol bent op iemand.

6. Hoe voelt u zich? Hoe is dat bij de ander?

Hoe voelt u zich op het moment dat u dat gesprek gaat voeren? Wanneer u lekker in uw vel zit, ontspannen en uitgerust bent, vertelt en luistert u anders dan wanneer u gespannen, moe of niet lekker bent. Dat geldt ook voor de ander. Goed observeren dus!